
‘Ik vind dat Octavio Paz een prachtige omschrijving van poëzie heeft gegeven: De poëzie herschept de mens en laat hem zijn werkelijk bestaan op zich nemen dat niet het dilemma vormt: leven of dood, maar een totaliteit: leven en dood, in één witgloeiend moment’, citeert Hans Dekkers.

Op 11 oktober verschijnt bij Uitgeverij de Weideblik de nieuwe bundel van Chrétien Breukers: Tongebreek & Niemendal. Meander sprak met de auteur over de Grote onderwerpen die hij in dit boek aansnijdt.

De Brits-Pakistaanse Moniza Alvi wijdt zich al jaren aan de dichtkunst. Haar gedichten werden onder meer genomineerd voor de T.S. Eliot Prize en in 2003 verzorgde vertaler Kees Klok een fraaie Nederlandse bloemlezing. Sander de Vaan had een mailgesprek met deze boeiende dichteres.

‘De zee heeft altijd een grote rol gespeeld in wat ik schreef. Misschien is de zee, met onder andere haar eb en vloed, die mij bij het maken van poëzie inspireert’, vertelt Wim Hofman. ‘In mijn teksten heb ik het wel eens over de Fantastische Oceaan. Het is eigenlijk meer een denkbeeldige zee waar ik vanuit ga.’
In deel 10 van ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’ gaat Joris Lenstra in op de functie van de typografie bij een gedicht. Aan het vele wit op een pagina herkennen wij een gedicht. Maar draagt dit ergens ook toe bij, of hebben dichters gewoon weinig te zeggen en verbloemen ze dat goed?

We kennen Joris Lenstra bij Meander vooral als degene die theoretiseert over poëzie in de reeks ‘Lees maar er staat niet wat er staat’, en die het werk van andere dichters recenseert. ‘
Ik vind het jammer als mensen beweren dat alleen de poëzie zelf belangrijk is, en dat deze zaken maar randvoorwaarden zijn. Hierin wordt juist de manier bepaald waarop gedichten gelezen worden. Gebeurt dit goed, dan draagt het bij aan het gedicht. Ik vergelijk het graag met de criticus van Oscar Wilde. Die schept zelf geen kunst maar weet van de kunst om zich heen opnieuw kunst te maken: ‘O, als ik mijn Chinese porselein toch eens waard zou zijn!’.’

Inge Kielen: ‘Mijn gedichten vertellen je niets over de zin van het leven, maar over de interpunctie. Details, druppeltjes, kanttekeningen. Hoe de wereld er in grote lijnen uit ziet, weet iedereen. Maar ik laat graag zaken zien waar mensen anders aan voorbijgaan, of als vanzelfsprekend beschouwen.’

Amarantha Groen: ‘Toen ik nog een kind was en met mijn vader of moeder door de stad liep, keek ik altijd naar andere families en vroeg ik me af hoe het zou zijn om daar deel van uit te maken. Wat zouden ze eten voor ontbijt? Zouden ze opgefokt de dag doorbrengen of zouden ze één grote geoliede machine lijken? Zulke overdenkingen werk ik dan uit in gedichten.’

Nico Dijkshoorn werd wereldberoemd op het Nederlandse web met zijn rake columns over Big Brother I. Intussen is hij ook niet meer weg te denken uit de gedrukte media. Sander de Vaan sprak met hem over wasberen, kwetsgrenzen, de bandenspanning van Jezus en wezenloze voetbalkoppen.